Zorgplicht.
De zorgplicht speelt in de beheersfase een belangrijke rol.
Op basis van het advies over de indeling in risicoklassen van aansluitingen op het waterleidingnet
deelt het waterleidingbedrijf leidingwaterinstallaties in risicoklassen.
Of installaties risicovol worden geacht, wordt bepaald door het waterleidingbedrijf.
De inschatting wordt gemaakt op basis van de risicoklasse indeling van de installatie,
de kans op wijzigingen in de installatie en de grootte van de installatie (Qn-maat van de watermeter).
Hoe hoger het risico, hoe meer beheerstaken moeten worden uitgevoerd.
In de onderstaande matrix kan worden bepaald in welke klasse een installatie zit.
Objectmatrix
|
Mogelijk contact |
Andere water- |
Kans op |
Kwetsbaarheid |
Qn |
Aanvinken als de categorie van toepassing is op uw installatie.
Beheersplannen.
In de aansluitvoorwaarden drinkwater wordt de verbruiker verplicht de leidingwaterinstallatie
op een zorgvuldige en doeltreffende wijze te beheren. Het doel daarvan is dat deze installatie redelijkerwijs geen gevaar
voor de verontreiniging van het leidingnet van het bedrijf of het aan derden ter beschikking gestelde water oplevert.
De verplichting op zorgvuldig beheer geldt voor alle installaties.
De ”verbruiker” is degene die drinkwater van het waterleidingbedrijf betrekt en/of de beschikking heeft over de aansluiting.
De verplichting tot beheer van collectieve leidingwaterinstallaties volgt naast de aansluitvoorwaarden drinkwater
ook uit de zorgplicht voor eigenaren, zoals genoemd in het waterleidingbesluit, en uit NEN 1006.
In Vewin-werkblad 1.4G zijn de beheersaspecten en taken nader uitgewerkt.
Deze gelden voor alle (collectieve) leidingwaterinstallaties.
Eigenaren van bepaalde risicovolle installaties zijn verplicht een aantal aanvullende beheerstaken uit te voeren.
De beheerstaken zijn vastgelegd in pakketen (pakket A,B,C en D).
Een eigenaar van een installatie kan te maken krijgen met een combinatie van verschillende pakketen.
Voor een installatie die is ingedeeld in risicoklasse 4 of 5,
geldt op grond van de aansluitvoorwaarden drinkwater dat de verbruiker aantoonbaar
moet voldoen aan het gestelde in het Vewin-Werkblad 1.4G
Beheerpakketen
| Nr | Verplichte beheerstaken | Artikel Werkblad 1.4G | Pakket A | Pakket B | Pakket C | Pakket D |
| 1 | Periodieke controle of de juiste toestel-beveiligingen zijn aangebracht en ook goed werken. | 4 | X | X | - | - |
| 2 | Het beschikbaar hebben en actueel houden van installatietekeningen. | 15 | - | X | - | - |
| 3 | Controle op voldoende doorstroming/ verversing van essentiële leidingdelen. | 10 | - | X | - | - |
| 4 | Uitvoering van verplichte meetprogramma’s (ook op drinkwaterreservoirs) | 14 | - | - | - | X |
| 5 | Uitvoeren beheersmaatregelen beheersplan legionellapreventie. | 13 | - | - | X | - |
| 6 | Bijhouden van een overzicht met toestellen en hun beveiligingen ( inventarisatie lijsten) | 15 | X | X | - | - |
| 7 | Bijhouden van een logboek | 15 | *X | X | - | - |
| 8 | Bijhouden van controlelijsten | 15 | - | X | - | - |
| Pakket A: Installatie ingedeeld in risicoklasse 4, kans op wijzigingen en de watermeter > Qn 6. |
| Pakket B: Installatie ingedeeld in risicoklasse 5, kans op wijzigingen en de watermeter > Qn 6. |
| Pakket C: Kwetsbaarheid gebruikers middelmatig of hoog. |
| Pakket D: Drinkwatergebruik >100 m3 per dag of warmtapwatergebruik > 30 m3 per dag of behandeling van drinkwater, bestemd of mede bestemd voor menselijke consumptie en hygiëne. |
| *Het aantoonbaar maken dat de toestelbeveiligingen zijn gecontroleerd en goed werken, kan door het bijhouden van een (eenvoudig) logboek of via een gelijkwaardig registratiesysteem. |
| De vermelde beheerstaken worden door waterleidingbedrijven en/of VROM gecontroleerd. Controle onthoud de eigenaren van een leidingwaterinstallatie niet van hun plicht om te voldoen aan alle beheersaspecten en -taken vermeld in het werkblad. Het houdt tevens niet in dat andere beheersaspecten en -taken bij dezelfde of andere eigenaren niet gecontroleerd (kunnen) worden. |